Zelfs een digitale fabriek als de BOZ Group kan niet zonder mensen

De BOZ Group zit al lange tijd in de kopgroep van de Nederlandse plaatbewerkers. Sterker nog: de toeleverancier uit Bergen op Zoom speelt mee aan de Europese top in deze sector. Klantgerichtheid, kennis en innovatie: dat zijn voor directeur Corné van Opdorp de belangrijkste succesfactoren. En de mensen. Zelfs een digitale fabriek kan niet zonder. ‘Zonder mensen maak je geen mooie producten.’

Directeur Boz Group Corné van Opdorp

Investeren

De BOZ Group investeert dit jaar alleen al ongeveer 1,9 miljoen euro. Deels wordt dat geld besteed aan nieuwe hardware, zoals een nieuwe pons-lasercombinatie van Trumpf, nieuwe lasrobots en twee nieuwe kantbanken die in september komen. Dat heeft het familiebedrijf altijd gedaan: investeren in nieuwe technologie. Twaalf jaar geleden was het een van de eersten in Nederland die met laserlassen aan de slag gingen. ‘Mijn vader was altijd bezig met nieuwe technologie; hij was een techneut in hart en nieren en hield van glimmende machines’, zegt Van Opdorp, inmiddels de tweede generatie die het familiebedrijf leidt. Investeren in nieuwe technologie moet om voorop te blijven lopen. ‘Om klanten te enthousiasmeren, moet je je onderscheiden.’ De uitdaging is nieuwe technologie te kiezen die zo nieuw is dat je je ermee onderscheidt, maar wel die voldoende uitgerijpt is. ‘Je neemt daar zeker een risico mee. Negen van de tien keer is dat goed gegaan.’

Steeds groter budget digitalisering

Behalve investeren in nieuwe hardware, merkt Van Opdorp dat hij in toenemende mate investeringsbudget moet vrij maken voor de digitalisering. De toeleveringsmarkt verandert namelijk steeds sneller. Alleen door het hele proces te digitaliseren, kun je dat bijhouden, is zijn overtuiging. ‘Wij zijn een IT-bedrijf geworden dat plaatwerkproducten maakt’, zegt Van Opdorp, tevens voorzitter van de Groep Plaatverwerkende Industrie (GPI) van Nevat. Vorig jaar was hij een van de initiatiefnemers om Silicon Valley als reisdoel te kiezen voor de jaarlijkse studiereis van GPI. Om zelf te zien waar de IT-industrie mee bezig is voor de maakindustrie. IT verandert de maakindustrie namelijk tot in de haarvaten. Zat vroeger de kennis bij de operators, deze is verschoven naar de IT-systemen die de processen aansturen. Procesoperators hebben vooral de taak om te bedienen en te controleren. Maar ook dat gaat veranderen. ‘Laatst ben ik in de fabriek van Porsche geweest. Daar controleert de robot de mensen. Tien jaar geleden was dat nog andersom.’ Digitalisering zorgt voor borging van vakkennis in het proces. De volgende stappen zijn volgens Van Opdorp het automatiseren van de kwaliteitsborging en de logistiek. Hij overweegt in 2019 te investeren in AGV’s om de interne logistiek verder te optimaliseren. Doordat alle machines al gekoppeld zijn aan het ERP-systeem, kan de logistiek dan eveneens vergaand worden geautomatiseerd. Ook wil hij met RFID-technologie gaan werken zodat de medewerkers en ook klanten realtime de producten door de fabriek kunnen volgen. Traceerbaarheid in de keten wordt een issue. Van Opdorp: ‘We moeten met elkaar slimmer in de keten gaan werken. Smart industry is daar de volgende stap voor.’ Hiermee worden vooral administratieve handelingen uit de keten gehaald. Dat vermindert het risico. Om de ‘high mix low volume’ producten efficiënt te kunnen maken, zijn dergelijke stappen noodzakelijk. Momenteel bestaat ongeveer de helft van het werk bij de BOZ Group uit kleinere series, gemiddeld 1 tot 50 stuks. Stukken waarvoor de vakkennis van de mensen nodig is. De rest zijn grotere series. Die worden onbemand gemaakt. ‘Maar ook die knippen we steeds verder op. Klanten willen toenemend just-in-time geleverd krijgen.’

Visie en communicatie

Hoe pak je zo’n digitalisering intern aan? Hoe krijg je je medewerkers hier enthousiast voor? Visie en communicatie, dat zijn de twee sleutelbegrippen, zegt Van Opdorp. ‘Je moet een heldere visie hebben en die moet je goed communiceren met je medewerkers.’ Zelf heeft hij ook wel eens fouten gemaakt door verkeerde of slechte communicatie. In 2011 wilde het bedrijf papierloos werken invoeren. In 2016 zou het zover moeten zijn. De onderliggende doelstelling was het lopen en zoeken door medewerkers elimineren. Op elke werkplek in de productie zijn grote touchscreens geplaatst. Daarop vindt de medewerker alle informatie die hij nodig heeft voor een order. Door het scannen van de barcode wordt de job in het ERP-systeem automatisch gestart, de tekeningen automatisch uit het PDM-systeem getoond en naar de betreffende monitor gestuurd. Op papier een investering die zijn geld zou moeten opbrengen. ‘Toen we alles geïmplementeerd hadden, zagen we een productieterugval’, zegt de ondernemer. Medewerkers waren inderdaad minder tijd kwijt aan zoeken; er werd minder heen en weer gelopen. Maar de productiviteit lag lager. ‘Medewerkers waren meer in zichzelf gekeerd; ze vonden het minder gezellig. We hadden een stuk werkplezier weg gehaald. Als medewerkers ergens heen lopen, maken ze onderweg een praatje met een collega. Dat hadden we ons helemaal niet gerealiseerd.’ Bovendien heeft papierloos werken een risico: als het systeem eruit ligt, valt ook de productie stil. Inmiddels heeft de onderneming geïnvesteerd in een nieuwe bedrijfskantine voor de medewerkers; worden dit najaar de kleedruimten vernieuwd. ‘Laat zien dat je iets doet met hun opmerkingen.’ Je moet ook investeren in sfeer. En de papieren tekening is voor wie dat wil terug ingevoerd. Van Opdorp: ‘De belangrijke les die we hebben geleerd, is dat je duidelijk moet communiceren over wat je wilt bereiken. Ons doel was niet papierloos werken maar het lopen en zoeken elimineren.’ De schermen op de werkplekken blijven desondanks een goede investering. Vooral de jongere medewerkers gebruiken deze om tekeningen op te halen. Maar daarnaast is er een interne berichtendienst geïntegreerd. Het management communiceert bijna dagelijks in korte berichten (maximaal 140 tekens) over belangrijke zaken. Die berichten vindt iedereen op zijn inlogscherm, naast de digitale verjaardagkalender. En de productiviteit is uiteindelijk wel degelijk verhoogd.

De digitalisering zal veranderingen brengen voor medewerkers. Van Opdorp ziet in de toekomst meer behoefte aan hbo’ers en hbo+ medewerkers, aan data-analisten en IT’ers. Aan de andere kant blijven er medewerkers nodig voor logistieke taken. En zeker de komende tien jaar heeft het bedrijf nog vakmensen nodig. Geleidelijk zullen echter ook de controlerende taken meer en meer geautomatiseerd worden. Dit zorgt eigenlijk voor een spagaat in de discussie over het tekort aan vakmensen. Van Opdorp: ‘We hebben de vakmensen nu nog hard nodig. Maar hun rol gaat veranderen. IT-systemen worden slimmer; taken die nu echt alleen door mensen worden gedaan, zoals beoordelen van maakbaarheid, wordt straks door software gedaan.’ Daarom vraagt hij tegenwoordig als mensen solliciteren steevast niet alleen naar diploma’s, maar ook naar hobby’s en wat ze in hun vrije tijd graag doen. ‘Als je dat weet, kun je veel meer uit de mensen halen.’ Want vakmensen zullen ondanks de digitalisering altijd nodig blijven. ‘Zonder mensen maken we geen mooie producten.’ Nieuwe medewerkers zullen echter bereid moeten zijn mee te veranderen. Als toeleverancier zal het bedrijf zich steeds meer gaan onderscheiden met advisering over maakbaarheid. Het tempo van veranderingen ligt bij de BOZ Group hoog. En zal misschien alleen maar hoger worden. ‘Als we klanten willen houden, moeten we veranderen’, zegt Van Opdorp. Hier ligt een punt van zorg als hij de pet van GPI-voorzitter opzet. De sector in zijn algemeenheid verandert namelijk niet snel genoeg. ‘Willen we de markt in Nederland behouden, dan moet het tempo omhoog. Die mindsetverandering probeer ik als GPI-voorzitter samen met de bestuursleden te bevorderen. Soms schrikken collega’s als ze beseffen dat ze echt gas moeten gaan geven. Want als je straks te laat bent, kun je het niet meer bolwerken. De investeringen die je dan moet doen, kun je als bedrijf niet meer behappen.’

Groeikansen

Voor de BOZ Group zelf ziet Van Opdorp volop groeikansen. Zowel in plaatwerk als in verbreding van de activiteiten. ‘Met onze huidige mensen en machines kunnen we nog flink groeien.’ Op dit moment merkt hij dat de markt stilaan weer in handen komt van de aanbodzijde. ‘De vraag is er.’ Tegelijkertijd neemt de druk op levertijden toe. Daarom is verdere automatisering van de processen noodzakelijk. Maar hij wil ook groeien door nog meer waarde toe te voegen, bijvoorbeeld door cleanroom-activiteiten in huis te halen; draai- en freeswerk aan te bieden. Wel met een focus op specifieke markten en in het dunne bereik. Zijn vader heeft ooit de keuze gemaakt om zich te concentreren op plaatwerk. Na 45 jaar overweegt Van Opdorp om verspanend werk weer terug in de onderneming te halen. Niet letterlijk in de plaatwerkfabriek, wel in de groep. Om doorlooptijden kort te houden. Veranderen, dat is eigenlijk de enige constante.

Bron: Vraag en Aanbod

2017-12-07T16:10:00+00:00 3 november 2017|Actueel nieuws|